Vogel Ajam

door:Lodewijk de Geer Boers | 19 januari 2012 |Alledaags, Humor

Indische verhalenIn Indonesië is een ajam doodgewoon een kip, behorend tot de familie der hoenderachtigen ofwel de Gallus domesticus. De ajam is een totaal ander dier dan men hier in Europa ziet en vooral in ons land verstaat men onder een kip een echte hoen, dik in de veren rondstappend in een ren of op het erf van een boerderij, en zeker voorzien van een mollig achterlijf.

Deze kippen bestonden in Indië ook wel, zei het dat ze dan in de vorm van broedeieren uit Nederland of Australië waren ingevoerd. Ze werden uitsluitend gehouden op landbouwbedrijven vanwege de veel grotere eieren. Dit was de zogenaamde raskip bij de bevolking bekend als Ajam Negri.

Kampongkip
Met de ajam wordt meestal de inheemse kip bedoeld. De kampongkip, die in vergelijking met haar Europese zuster wel een zeer vrij leventje heeft en veelal zelf maar aan haar kostje moet zien te komen. Kip en haan leven tussen de kamponghuisjes en op straat. Als je in vroeger jaren, ik spreek nu over de jaren 1920 tot 1940, met de auto, vaak een oud Fordje, van Batavia naar Buitenzorg reed of bij voorbeeld naar Bandung, kon je ervan opaan tenminste drie of vier ajams te overrijden. Vooral in Indië was de ajam een nogal dom beest dat bijvoorbeeld voor een naderende auto nog net even de weg over wil steken, omdat het denkt dat het aan de overkant veiliger zal zijn. Half rennend, half vliegend en erbarmelijk kakelend wil het soms nog wel eens lukken, maak vaak is de kip de pisang ofwel de pineut.

… schuw en mager
De ajam is schuw, mager en tegen soortgenoten venijnig. Afhankelijk van de behandeling die de mens haar geeft kan ze ook wel eens mak zijn, maar over het algemeen is het een pinnige en wantrouwige tante. Hoe arm een dessaman ook is, altijd heeft hij wel een haan en een paar kippen, waarvan hij als het nodig is zo nu en dan een paar voor de slacht naar de passar brengt. In mijn jongensjaren werd voor een kip niet meer dan vijtien tot twintig cent neergeteld. Op de passar lagen ze dan twee aan twee op de grond met de poten aan elkaar gebonden. Vaak waren meerdere kippen aan elkaar gebonden en lagen dan als een bos wortels op een eventuele koper te wachten. Soms werden de dieren ook wel vervoerd in bamboemanden, dertig tot veertig op elkaar gepakte kippen, mager als talhout, elkaar kaalpikkend en bevuilend. Bij aankoop werd de minst magere door de koper uitgezocht en met gebonden poten, de kop omlaag hangend, naar huis gebracht, waar men zelf maar moest zien het dier te onthalzen. Een poelier was in Indië niet te vinden, dus werd er altijd de hulp ingeroepen van een voorbijkomende vruchtenverkoper of een andere venter, die tegen vergoeding van enkele centen het beest slachtte, onder het prevelen van enkele verzen uit de Koran. Van de ajam werden diverse gerechten gemaakt en van de veren maakte men een soort plurno, de bekende boeloe-ajam.

Desondanks heeft de kip, niettegenstaande haar vrije leventje, in de kampong enkele vijanden waaronder de loewak, de beruchte civetkat. Maar er is ook een vrij klein vogeltje dat de kip pijnlijk kan aanvallen. Dat is de prachtig gekleurde IJsvogel, die veel in de nabijheid van visvijvers – empangs – leeft en daar zijn kostje opscharrelt.

… aangevallen door een ijsvogel
Eens toen ik op weg naar de theetuinen van de plantage waar ik als planter werkte voorbij zo’n vijver liep, zag ik op een ochtend zo’n ijsvogel steeds in het water duiken om met een vis weer op te vliegen naar een tak boven in een kapokboom. Plotseling kreeg de vogel echter een geweldige belangstelling voor een broodmagere kip die tussen de casaveplanten rondscharrelde. Als een pijl uit een boog dook de ijsvogel met z’n grote, dikke snavel omlaag en pikte de kip zo krachtig onder haar staart, dat het arme beest met een schok vooruit schoot en kakelend een goed heen komen zocht.

Ik snapte niets van deze handeling maar vernam later van een van mijn koelies dat er vooral bij magere, ziekelijke kippen een soort worm in de cloaca leeft, waarop de ijsvogel verzot is. Je moet er overigens maar zin in hebben.

Om nu deze door de ijsvogel zo begeerde delicatesse te bemachtigen, is de nogal hardsnavelige aanval op ’s ajams achtersteven de enige mogelijkheid. Dat deze pikkerij voor de zieke kip geen pretje is behoeft geen betoog. Het is me dan ook nogal een gewaarwording wanneer je rustig loopt te wandelen opeens van grote hoogte een enorme torpedo in je achterwerk geboord krijgt.

… of een loewak
De hiervoor genoemde loewak (civetkat), de Paradoxures Hermaphroditus, verschalkt ook vaak vele kippen die niet zoals in Nederland in hokken zitten, maar de nacht gewoon onder de huizen passeren. De loewak verbergt zich vaak in Indische huizen van Europeanen op zolders en sluipt dan ’s nachts naar beneden om op jacht te gaan. Geruisloos weet hij te midden van een troep slapende kippen te komen om dan genadeloos toe te slaan. De eerste de beste kip wordt de nek doorgebeten en het vreemde is dat er totaal geen paniek ontstaat tussen de overige hoenders. Alles blijft stil en wanneer het licht is geworden verraden alleen enkele losse veren en een sleepspoor het nachtelijke, lugubere voorval.

Ook komt het wel voor dat een klein soort arend, de alap-alap of heulang zich vanuit de hemel omlaag laat vallen en een kleine kip meepikt, de oudere ajams zijn echter steeds op hun hoede voor deze vliegende rovers met hun grote klauwen. Er behoeft er maar één hoog in de lucht rond te cirkelen of men ziet de hele troep kippen, met de kop scheef en één oog scheef omhoog, doodstil staan. Dan ineens vliegen ze onder een huis of onder het struikgewas.

… toch moedig
Ondanks alle vijanden en bedreigingen heeft de Indische kip een behoorlijke dosis brutaliteit én durf. Als ze honger heeft schroomt ze niet om soms het hete vlees uit een op het vuur staande pot te pikken. Haar kuikens verdedigt ze tot het uiterste. Zelf heb ik gezien hoe een aap een kuikentje probeerde te grijpen die etensrestjes van de aap probeerde op te pikken. De moederkip, de kloek, vloog met opgezette veren en gespreide vleugels op de aap af en pikte het dier naar neus en ogen. De aap begon vreselijk te krijsen, maar de kip bleef aanvallen.

… maar vaak eindigend aan de sateprikker
Doordat ze dagelijks aan allerlei gevaren bloot staat en moet zien rond te komen van dat wat ze vindt, wordt ze gehaaid en pienter. Een benijdenswaardig bestaan heeft ze echter niet, want het is nu eenmaal geen prettig vooruitzicht om ooit in stukjes gesneden en aan een satéstokje geregen te moeten eindigen.

ajam Bandung, West-Java, Indonesië

Jouw verhalensite met verhalen over Indonesië. Oude en nieuwe verhalen. Om te lezen, maar ook om zelf te publiceren. Doe mee en beleef mee!